Jens Christian Grøndahl

Herinneringen uit de vissenkom

LISA COPPIN, april 2002 

Grøndahl lezen is telkens opveren, getroffen door zijn formuleringen.  - Michaël Zeeman 

Ik ben, vrees ik, aan Grøndahl verslaafd.  -Arnon Grunberg 

Onverwacht en onverhoopt kwam ik oog in oog met auteur Jens Christian Grøndahl te zitten. De aankondiging van de Literaire Lente sprak immers van een ontmoeting tussen publiek en schrijver. Zijn Scandinavische ogen stralen diepe rust uit en zijn eerst aarzelende, dan steeds enthousiastere stem spreekt oprecht over schrijverschap, flessenpost en verlangen naar liefde. 

Indian Summer is het vierde boek van de Deense schrijver Jens Christian Grøndahl dat naar het Nederlands vertaald wordt. De eerder in Vlaanderen verschenen boeken Stilte in oktober, Lucca en Virginia — eigenlijk recenter werk — vielen erg in de smaak bij de critici en het lezerspubliek. 

Terecht. Pareltjes zijn het. Je leest ze ademloos in één keer uit. Geen zware literatuur, maar wel vol speldenprikjes die je willens nillens doen stilhouden. De tweede editie van de Literaire Lente, een initiatief van een aantal uitgeverijen om de boekenverkoop in deze lenteperiode een extra boost te geven, koos Indian Summer als een van haar aktieboeken. Ter gelegenheid daarvan werd de auteur uitgenodigd om een literair reisje door Vlaanderen te maken. 

Bohémien   

Indian Summer gaat over liefde, over wat de tijd wel en niet met haar doet en over het menselijk onvermogen, of liever: de ongrijpbaarheid daarvan. Na een periode van twintig jaar komt de schrijver August zijn jeugdliefde Alma weer tegen op een receptie. De ontmoeting maakt in August een stroom van herinneringen los. Alma liet hem ooit zitten voor een van zijn vrienden, de kunstschilder Gustav. Ondertussen heeft Gustav haar verlaten en is ook August weer alleen — zijn vrouw Harriet heeft de koffers gepakt. Tussen Alma en August laait de vlam weer even op, tot ze te weten komen dat Gustav ernstig ziek is en Alma opnieuw de schrijver in de kou laat staan om voor de schilder te zorgen. August was zo iemand “die je verliet”. 

Grøndahl: “August is het vreemdste personage, zijn passiviteit slaat ons met verstomming. Hij voelt geen jaloezie, geen kwaadheid en berust volledig in zijn lot wanneer Alma voor Gustav kiest. Hij lijkt simpelweg niet in staat om tot aktie over te gaan, daarvoor leeft hij immers te veel in zijn verbeelding. Bovendien heeft August zelf een mateloze bewondering voor Gustav en begrijpt hij Alma’s keuze maar al te goed. Natuurlijk valt zij voor de gepassioneerde, wilde, extreme artiestenpersoonlijkheid van de kunstschilder! Schilders zijn aantrekkelijker voor vrouwen dan schrijvers, zij leven immers de mythe van de bohémien, van de absolute vrijheid, ten volle uit.” 

 “Ze besteden ook veel tijd buiten het atelier, in bars, op de vernissage van tentoonstellingen. Een schrijver daarentegen zit steeds in zijn eentje achter een scherm, dat is gewoon saai. De schilder is de held van onze cultuur, hij doet iets met de vrijheid die we in theorie allemaal kregen. Vroeger werd je geboren met een identiteit, tegenwoordig is dat niet meer zo: iedereen heeft de taak en de kans om zijn eigen identiteit vorm te geven. Gustav tast die relatie tot zichzelf af en dat heeft ook een ‘dark side’: hij is een gekwelde en exuberante persoonlijkheid die geen rust vindt. Die onrust is echter ook de bestaansvoorwaarde voor zijn enorme creativiteit. Niet weten wie je bent en waar je heengaat kan enorm vruchtbaar zijn.”   

IJskoningin 

 August geeft zich helemaal over aan zijn gevoelens voor Alma en dat wordt op zeer beklemmende wijze beschreven: “Ik hield van haar met een razernij die me verraste, en die nooit afnam, onzichtbaar, machteloos tegenover haar blinde, genietende lichaam, dat zich door mij tot het uiterste liet drijven, in een vrije val van mij vandaan, haar eigen bodemloosheid in.”   August probeert Alma wanhopig te bereiken, maar hij bezit haar nooit echt, behalve dan in zijn verbeelding.

Zij houdt afstand, lijkt soms wel een ijskoningin. In haar relatie met Gustav is het omgekeerd: Alma adoreert de schilder, maar hij voelt zich daardoor verstikt, of zoals hij even voor zijn dood zal bekennen: “Ik was goddomme nergens veilig voor haar liefde.” De personages lijken gevangen in patronen waar ze niet uit kunnen ontsnappen en die zich steeds herhalen. Als vissen in een kom. Bovendien zijn ze zich ook allemaal voortdurend bewust van de blik die de andere personages op hen werpen. 

Grøndahl’s achtergrond is geenszins vreemd aan dat blikkenspel. Hij volgde immers een opleiding tot filmregisseur. Toch heeft hij altijd geweten dat hij eigenlijk schrijver is: “Ik heb altijd al geschreven, zolang ik me kan herinneren toch. Films maken kwam later pas, en voor de opleiding kiezen had eerder zo iets van ‘waarom niet?’. Maar ik heb er helemaal geen spijt van.”. De invloed van zijn opleiding en het grote beeldend vermogen van Grøndahl vinden we ook terug in de beschrijvingen in Indian Summer.   

“Op de filmschool heb ik een ijzeren discipline meegekregen die maakt dat ik scènes in de eerste plaats zie. Dat betekent dat ik erg veel belang hecht aan elementen als lichtinval, sfeer en aan pietluttige details in de omgeving. Die elementen bepalen immers de ervaringen van mijn personages. Ik stel de camera op een vast punt op en probeer van daar dan alles zo scherp mogelijk in beeld te krijgen. Vanuit mijn opleiding maak ik ook veel gebruik van filmische procédees zoals flash back en flash forward of ellips.” 

Fles 

Speelt de beruchte eenzaamheid van de schrijver hem nooit parten? Grøndahl: “Ik houd enorm van eenzaamheid. Ze is voor mij zelfs levensnoodzakelijk. Als ik niet genoeg alleen ben word ik ekstreem prikkelbaar en vervelend. Ik weet niet waarom ik schrijf, maar mocht ik niet zo dol zijn op alleen zijn, zou ik zeker nooit schrijver geworden zijn. Ik moet die afzondering en die tijd om te lezen en te schrijven hebben om me daarna open te kunnen stellen in sociale relaties.” Waar komen zijn verhalen vandaan? Grøndahl: “Ik kan niet zelf beslissen waarover ik ga schrijven. De verhalen dringen zich aan mij op, maar hebben altijd wel iets met mij te maken. Ik schrijf niet over mezelf, daar ben ik veel te beschaamd voor. Toch hebben alle goede boeken hun wortels in de persoon van de schrijver, of het nu in hun gevoelens en ervaringen is of in hun verbeelding. Ik heb die persoonlijke relatie met een onderwerp ook echt nodig.”   

“Zo zijn er thema’s waar ik absoluut zeker niet over zou kunnen schrijven, zoals bijvoorbeeld de holocaust. Schrijven is voor mij het vertalen van het persoonlijke in iets universeels. Alvorens ik begin te pennen heb ik meestal wel de meest belangrijke gebeurtenissen van het verhaal in mijn hoofd, maar ik heb er op dat moment nog geen idee van hoe die onderling met elkaar verbonden zijn. Ik verwonder me altijd over hoe het verhaal zich ontvouwt terwijl ik schrijf.” 

“Tijdens het schrijven ben ik me ook steeds bewust van de aanwezigheid van een ander. Ik denk nooit echt aan een concreet iemand, het is eerder een abstract persoon. Publiceren is een beetje als een bericht in een fles in zee gooien: je hoopt ook dat iemand het zal opvissen en lezen, maar je hebt er geen idee van wie dat zal zijn en in welke context hij of zij zich dan bevindt.” Grøndahl heeft een heldere, duidelijke stijl, wat niet betekent dat hij de lezer bij het handje neemt. Grøndahl: “Een goede tekst moet gelaagd zijn, mag niet alles expliciteren. Dan zou er pas veel verloren gaan.” 

Ook August in Indian Summer is schrijver, en dat geeft aanleiding tot een flink aantal metaliteraire passages die de vraag naar de mogelijkheden van het woord durven stellen, zoals in de volgende passage: “Ik wilde dat de woorden en de lichamen elkaar zouden ontmoeten, ik wilde dat de lichamen iets zouden betekenen, en ik wilde gestalte geven aan de woorden. Ik wilde de gebaren van de liefde veranderen in een liefdesgeschiedenis, maar stootte telkens op het probleem dat we dat met zijn tweeën moeten doen en dat we het maar zelden eens waren over de inhoud van de vertelling.”   

Tijd 

Is er nog wel toekomst voor de literatuur in onze multimediale maatschappij? Grøndahl: “Er wordt vaak gezegd dat wij in een beeldcultuur leven, maar ik heb nog nooit zoveel woorden om me heen gezien als de laatste jaren. Vroeger belden mensen, nu schrijven ze een e-mail. Heb je er een idee van hoeveel woorden op die manier elke seconde circuleren? Maar het is natuurlijk wel waar dat lezen meer van je vraagt dan teevee kijken: een moment van stilte, van je terugtrekken uit de wereld én de bereidheid je verbeelding te gebruiken. Een lezer wordt zelf ook een beetje schrijver bij de lectuur. Een boek is dan ook pas echt af als het gelezen wordt.”   

In Denemarken komt later dit jaar zijn nieuwe boek ‘Veranderend Licht’ uit, dat gaat over de zoektocht van een al wat oudere vrouw naar haar onbekende vader, die een joodse componist blijkt te zijn. Grøndahl: “Ik voelde dat ik de thematiek deze keer wat meer open moest trekken en heb de indruk dat me dat ook gelukt is. Wat wel altijd terugkomt is een soort van crisismoment in het leven van mijn personages waardoor ze zich plots gedwongen weten op hun leven terug te kijken. Meestal realiseren ze zich dan pas wat de voortschrijdende tijd met hen gedaan heeft.”  

__________________________________ 

Oorspronkelijk verschenen in Veto (www.veto.be), het onafhankelijk studentenweekblad van de Leuvense Overkoepelende Kringorganisatie (LOKO).