Oene van Geel

Samenspel als goed gesprek
 
MAARTEN DE HAAN, mei 2002
 
Het is midden juli, De Avond Van de Kortste Nacht, samen met de viering van de kortste dàg een halfjaarlijks terugkerend festival in het SJU-huis. Op het podium speelt een hecht trio met pianist Albert van Veenendaal en vibrafonist Hans Hasebos,
Pavlov

In het vuur van de strijd haalt het derde groepslid zijn instrument tussen kin en linkerschouder vandaan, zingt en tokkelt een solo die zowel funky is als warm. Zijn droogkomische houding en gezichtsuitdrukking zijn hilarisch, maar conflicteren niet met het muzikale verhaal dat verteld wordt.  Het spelplezier tekent violist Oene van Geel. 

“Samenspel is als een goed gesprek. Natuurlijk komt daarbij ook humor om de hoek kijken. Als je met iemand leuk staat te praten denk je toch ook niet: goh, dat is knap! Vroeger wilde ik een soort Kenny Garrett op de viool worden. Op een gegeven moment ging het oefenen en oefenen me tegenstaan. Ik realiseerde me dat ik in de eerste plaats wil communiceren met andere muzikanten, ongeacht het genre.”  

Op 24 april jongstleden won Van Geel, op dezelfde avond dat ook saxofonist George Coleman de Concertgebouw Jazz Award kreeg, de Andersen Jazz Award voor veelbelovend talent. De lucratieve prijs van 20.000 euro is de laatste in een lange reeks. 

Als componist werd Van Geel al meermalen onderscheiden, onder andere met het spectaculaire ZAPP! Strijkkwartet dat letterlijk zapt van funk naar klassiek en van Jiddische muziek naar jazz. Vorig jaar won hij met het trio On the line van gitarist Timucin Sahin the Dutch Jazz Competition en pakte er meteen de solistenprijs bij.  

“Behalve een blijk van waardering is zo’n prijs een mogelijkheid om nieuwe dingen te doen. Mijn eigen kwartet Mosaic en On the line konden een cd maken en toeren.” In On The line zit ook weer pianist Van Veenendaal. 

“Albert is een voorbeeld. Hij heeft mij ooit, lang geleden, als leraar geïnspireerd om naar een eigen stem te zoeken. Via hem heb ik de vrije improvisatie ontdekt. Jammer dat daar op de opleiding niet meer aandacht aan gegeven wordt, want terecht heeft iedereen in het buitenland de mond vol van de Han Benninks en Mischa Mengelbergs.”  

Toch denkt niet iedereen die Van Geel hoort gelijk aan jazz. Folktradities hebben een stempel op zijn muziek gedrukt. Zo lijkt de uitbundige bluegrass uit het Appalachen gebergte in de Verenigde Staten -muziek die door de film O Brother Where Art Thou meer bekend geworden is- een vaste grip op hem te hebben. Zelf ziet de violist dat overigens anders.  

“Ik ben vooral jazzmusicus. Ooit heb ik een nummer geschreven, When Bill Met Mary, waarin ik speel met country & western clichés. Dat is blijkbaar zo blijven hangen dat mensen denken dat ik een Nashville adept ben.”  

Aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam bestudeerde hij karnatische muziek, klassieke muziek uit Zuid-India. Afgelopen januari bezocht hij met het internationale collectief Bhedam, waarin twee Indiase percussionisten zitten, de zangeres Jahnavi Jayaprakash in Bangalore. “Zij was de koningin daar, een invloedrijke persoon. Ze ontving ons gastvrij en zorgde dat we onze muziek konden presenteren.”  

Kort na het winnen van de Andersen prijs bereikte Van Geel het bericht dat de zangeres onverwachts aan een hartaanval was overleden. “Een enorm verlies. Zonder Jayaprakash’ inbreng had mijn opleiding aan het Sweelinck niet bestaan. Ze was een inspiratiebron voor velen en trad regelmatig op in Nederland op met andere geweldige Indiase muzikanten.” 

De komende maanden gaat Oene van Geel opnieuw optreden met een project dat hij voor ZAPP!, pianist Jozef Dumoulin en klarinettist David Kweksilber schreef in opdracht van de VPRO en stichting SJU. Voor de komende Jazz Marathon in Groningen heeft hij carte blanche gekregen en een compositieopdracht. Verder kan hij regelmatig drummend worden aangetroffen bij de Wereldband, een feestband waarin jazzmuzikanten onder andere geestige liedjes over Duitsland en Suriname vertolken.  

“In de Wereldband wordt geprobeerd in plaats van de clichés te vermijden, de clichés zo goed mogelijk te raken. Heerlijk om eens een keer niet je eigen ding te doen maar juist te reproduceren wat er al is.”