Carl Saunders

De rehearsal bands van Los Angeles
 
MAARTEN DE HAAN, december 1998
 
November 1998. Een band van bugels en koperblazers speelt in club The Ventura in Los Angeles een bizarre versie van Cherokee waarin vierkwarts- en zeskwarts-maten elkaar afwisselen. Nadat de dirigent de muzikanten door een ingewikkelde passage heeft gedirigeerd staat uit het midden een man met een trompet op die het duistere klimaat doet opklaren met een heldere solo.
De All Music Guide to Jazz onderkende het belang van deze trompettist in 1998, door hem eervol te vermelden. Deze Carl Saunders was opgevallen door een debuut dat passend Out of the blue getiteld was.
 
“Het is gek hoe zoiets gaat. Er bestaat blijkbaar toch zoiets als eerlijke marktwerking” zegt Saunders, gezeten voor zijn favoriete veggie-burger tent.
“Out of the blue werd uitgebracht op S&L Records. S&L staat voor Saunders, de artiest, en Loren E. Little, de financier. Kortom, het label is een huisproductie, speciaal voor deze opnames in het leven geroepen. De kopieën die we stuurden naar radiostations werden veel gedraaid, zodat wij op een gegeven moment voorkwamen in het Gavin Report. Dat is een statistiek van de meest op de radio gedraaide opnames. Allerlei mensen wilden Out of the blue bestellen, terwijl wij nog niet eens een distributiekanaal hadden”.
 
Kenton
De uit Las Vegas afkomstige trompettist is een van de anonieme musici van topniveau die hun leven slijten in big bands die zelden een plaat uitbrengen. Saunders’ muzikale leerschool begon toen hij op zeventienjarige leeftijd mellofoon-trompet ging spelen bij de Stan Kenton Big Band.
“Mijn moeder, Gail Sherwood, had in de vroege jaren veertig een eigen radioprogramma in Hollywood. Stan Kenton was haar vaste begeleider op piano. Niet lang daarna begon Kenton zijn eerste eigen band en zij was de eerste zangeres. Jaren later trad hij op in Las Vegas met zijn mellofoon band. Ik was net van school af en een absolute Kenton-freak. Iedere avond bezocht ik het casino waar hij speelde. Mijn moeder kwam een keer langs en vertelde dat ik een goed oor voor muziek had. Nadat ik auditie had gedaan vroeg Kenton of ik mee wilde spelen.”
Deze ervaring had een onvoorziene invloed op Saunders’ muzikale ontwikkeling. “Ik had mijn absoluut gehoor ontwikkeld. Toen ik echter bij Kenton mellofoon ging spelen raakte mijn systeem in de war, omdat de noten die ik las een hoger klonken dan ik gewend was. Zo raakte ik mijn absoluut gehoor kwijt. Ik ging me meer op timing richten, en beschouw mezelf nu als een expert op het gebied van swing. In de tijd dat ik nog in Las Vegas woonde trad ik ook geregeld op als drummer. Voor big bands is het extreem moeilijk om te swingen omdat er zoveel mensen meespelen. Count Basie’s band klonk zo goed omdat men volledig op elkaar was ingespeeld, ze sleepten en versnelden als één man”.
Maar ook in een minder positief opzicht was het spelen met Kenton vormend. “Met het Mellophone Orchestra toerden we non-stop, volgens het principe hit-and-run: overdag slapen, ’s avonds spelen. Iedere avond gingen we na het optreden iets eten in een goedkope diner. Kenton nam steevast het duurste gerecht op het menu, wat het ook was. Daarbij toverde hij dan een fles vodka te voorschijn, die hij in één keer achterover goot.”
“Eén keer nam hij een salade. Hij had veel gedronken toen hij de olie pakte om zijn gerecht aan te maken. Hij haalde de dop eraf en begon te gieten en hield maar niet op. Toen de olie al ruimschoots over de rand gelopen was pakte hij de azijn en ging rustig door met schenken. Het vocht liep nu over zijn broek heen. Ik rende weg om in het busje mijn tranen de vrije loop te laten. Kenton was mijn muzikale vaderfiguur. Om hem zo te zien was een grote shock.”
 
Rehearsal bands
Na Kenton ging Saunders in de jaren zestig eerst drummen bij zijn oom Bobby Sherwood. Daarna pakte hij de trompet weer op en speelde bij Perez Prado, Harry James, Maynard Ferguson en Benny Goodman. Bij James ontmoette hij drummer Buddy Rich, die zelf een big band zou opzetten met onder andere Saunders.
“Buddy had een loeistrakke band. Toch was hij altijd op zoek naar fouten, om de muzikanten er onder te houden. Zo probeerde hij tijdens een drumsolo iedereen kwijt te raken door de beat om te draaien. We telden echter als gekken en trapten nooit in Buddy’s val.” Saunders was nooit bang om weerwoord te geven aan de humeurige bandleider. Rich ontsloeg hem tweemaal om hem vervolgens gelijk weer aan te nemen. De derde keer was echter scheepsrecht en toen de Buddy Rich band in Los Angeles de eerste plaatopnamen ging maken was Saunders niet meer van de partij. Hij gaf ruimte aan een piepjonge Chuck Findley. Saunders bewoog zich meer en meer in de showbizz wereld van Las Vegas als begeleider van Frank Sinatra via Paul Anka, tot Ella Fitzgerald. Begin jaren tachtig vestigde hij zich in Los Angeles om dichter bij de jazz scene te zitten.
“Veel goede big bands in L.A. zijn zogenaamde rehearsal bands. Ikzelf speel bij Manny Albam, Bob Florence en Bill Hollman. Bill’s werk is met dat van Bob Brookmeyer het beste op jazz big band gebied. Al vijftien jaar speel ik iedere donderdag in zijn band. Alle musici zijn big band veteranen die het doen vanuit de liefde voor Hollman’s muziek, niet uit een of ander zakelijk belang. Het is de enige lead trumpet-baan die ik heb, en gelijk de beste ter wereld. We hebben in al die tijd maar een paar plaatopnames gemaakt. We zijn een zeer hechte band, echt een entiteit geworden, een beetje zoals Basie’s band”.
 
Eclecticisme
“Zo’n twee jaar geleden hoorde ik een geweldige cd van een mij onbekende trompettist op de radio” zegt de dirigent in The Ventura, componist Clare Fischer. “Thuisgekomen belde ik Carl Saunders meteen op om hem te bedanken voor wat hij had gemaakt.” Later werd Saunders naast saxofonist Gary Foster en fluitist/saxofonist Don Shelton vaste solist in het Clare Fischer Jazz Corps, zoals de koperblazerband heet.
Trombonist Carl Fontana noemde hem “the best trumpet player you’ve never heard”. Maar nu Saunders meer in de studio vertoeft -hij speelde onder andere op Bill Holman’s enthousiast ontvangen Brilliant Corners- lijkt een carrière onder eigen naam er aan te komen. Nadat eerder geen platenmaatschappij de trompettist te woord wilde staan heeft hij onderdak gevonden bij MAMA records. Zijn nieuwe projekt heet Eclecticism en bevat de arrangementen voor strijkers en hoorns van de crême de la crême van Los Angeles.: Clare Fischer, Bill Holman en Bob Florence.
 
Terwijl de houder van de veggie-burger tent met zijn typische nasale stem ‘thààààànk you’ zegt tegen een klant die afrekent mijmert Saunders over het contrast tussen de showbizz in Las Vegas en de jazz in L.A.
“In Las Vegas kende de bandleider of zanger vaak nog maar net mijn naam, hier speel ik op voet van gelijkheid met mijn muzikale helden.
In de film Amadeus zegt Salieri over Mozart: God is speaking through him. Hetzelfde voel ik voor Clare Fischer en Bill Holman. Onder muzikanten gelden ze als de absolute top, maar ze hebben niet de handigheid om hun talent te verkopen.”
Wat volgt is een monoloog over de noodzaak om ambachtelijke jazzmusici te scheiden van de charlatans die zichzelf wèl aan de man kunnen brengen. De ware jazzgenie loopt zo in het algemeen zijn erkenning mis. Het is een al te bekend verhaal voor wie zich regelmatig onderhoudt met jazzmusici.
 
Maar dat geeft niets, ook bij Saunders spreekt God niet door zijn mond maar door zijn trompet.