Cesar Camargo Mariano

Een genie achter het genie
 
JAN DUMÉE, 2000
 
De Braziliaan César Camargo Mariano is in eerste plaats bekend als de grote arrangeur en pianist achter het ontroerende zanggenie Elis Regina, zijn in 1982 overleden ex-vrouw. Zijn manier van arrangeren en produceren vormt hèt geluid van de gedistingeerde jazzy Braziliaanse muziek van de jaren ‘70. Een goed voorbeeld te horen is op Regina’s album ‘Essa Mulher’ uit 1979.
 
Ook als producent van vrijwel alle gezichtsbepalende vocalisten van de Música Popular Brasileiro speelde Mariano een belangrijke rol achter de schermen. Zijn fenomenale pianospel heeft meer raakvlakken met jazz en heeft hem een internationale solocarrière opgeleverd. Chôro, klassieke muziek en jazz, zij vinden een logische samenkomst bij Mariano.
 
En popmuziek. Ten tijde van het interview is hij in de ‘Meg studio’s’ in Rio de Janeiro bezig met opnames voor de eerste CD van zijn zoon Pedro Camargo Mariano, zanger. “Voz No Ouvido” (”Stem In Het Oor”) zou in mei 2000 gereleased worden. Het grote succes van Maria Rita, dochter van hem en Elis Regina, moest nog komen.
 
 
JD: Wat zou het worden als u moest kiezen tussen twee steden: Rio of São Paulo?
 
CCM: Rio is prachtig, maar in São Paulo voel ik me productiever. Er heerst meer een klimaat van opleveren en construeren.
 
JD: Waar liggen de wortels van uw muzikale ontwikkeling?
 
CCM: De samba en andere folklore kreeg ik met de paplepel ingegoten. Thuis groeide ik op tussen de chôro-musici uit mijn stad São Paulo, die bij mijn ouders kwamen musiceren. Mijn vader was klassiek pianist en mijn moeder, hoewel niet beroepshalve, een goede zangeres.
Als jongen van 9 jaar begon ik autodidactisch met het spelen van jazzmuziek, waar ik veel naar luisterde. Acht jaar later stond de bossa-nova beweging uit Rio de Janeiro volop in bloei. In de periode tussen 1962 en 1966 was São Paulo een plek waar muzikaal veel te beleven viel. Met name bossa-jazz pianotrio’s raakten in zwang, denk bijvoorbeeld aan de groep van Milton Banana, het Zimbo Trio en mijn eigen Sambalanço.
 
JD: Naar wie luisterde je veel, wat waren uw muzikale voorbeelden?
 
CCM: Als jazzliefhebber luisterde ik veel naar Errol Garner, Oscar Peterson, Clare Fischer en een zanger als Nat King Cole. Meesters van de Braziliaanse muziek zijn voor mij onze eigen impressionist en vaderlandslievende componist Heitor Villa-Lobos, Antonio Carlos Jobim en chôro-componist Pixinguinha.
 
JD: Er zijn veel raakvlakken tussen de Braziliaanse chôro-samba en jazz. In chôro muziek wordt op de pandeiro (soort tamboerijn met schellen -JD) het syncopische accent benadrukt in een patroon dat ‘maxixe’ heet. Die feel van op zestiende syncopen ‘na-picken’ bestaat ook in swing. Uw pianospel was van grote invloed op de manier waarop samba wordt gespeeld op de piano, maar lijkt dus ook aan chôro en swing te refereren.
 
CCM: Mijn stijl is in belangrijke mate een erfenis van mijn jazzperiode in bars in São Paulo. Ik was in die tijd nogal bezig met de manier van spelen van Erroll Garner, zijn ‘na-picken’. Totdat iemand mij in een bar vroeg om Garota de Ipanema te spelen. Zo zette ik mijn eerste schreden in de ontwikkeling van modern sambaspel op piano. Toch moet ook pianist Luis Eça uit Rio de Janeiro bij de ontwikkeling van dit specifieke samba-pianospel niet over het hoofd worden gezien.
 
JD: Elis Regina was uw levensgezellin. Hoe was jullie muzikale samenwerking?
 
CCM: Elis was een zeer zelfbewuste en sterke persoonlijkheid. Op muzikaal gebied wist zij als geen ander waar zij mee bezig was. Als haar man en vriend had ik des te meer de mogelijkheid te voelen waar zij naar toe wilde. Hierdoor kwam ik ook tot het inzicht hoe belangrijk het is om dicht bij een artiest te staan om te komen tot een oprecht product.
 
JD: Wat kunnen we van u verwachten de komende tijd?
 
CCM: Veel productiewerk en in Japan zal ik een aantal concerten gaan verzorgen voor Blue Note onder de titel César and Guests. Daaraan gelieerd zullen drie albums verschijnen. In New York heb ik een concert gedaan met gitarist Romero Lubambo, als duo, ter gelegenheid van zijn verjaardag in club The Blue Note. Verder projecten met symfonische orkesten: Ettore Stratta en de London Royal Symphony, en Sadao Watanabe en The Tokyo Orchestra in Japan.
 
JD: Wat zijn uw muzikale aspiraties?
 
CCM: Het speelt al vele jaren door mijn hoofd om een CD te maken met mijn bewerkingen van de muziek van Villa-Lobos. Dit is een van mijn dierbaarste wensen.